Grondwater – Deel 2

Karakteristieke 8 grondwaterdeelgebieden Veluwe

In het grondwatersysteem van de Veluwe zijn er verschillende deelgebieden van elkaar te onderscheiden die elk hun eigen karakteristieken voor het grondwater laten zien. Hieronder is een beschrijving gegeven van de volgende deelgebieden:

@@ergens de VELUWE KENNISNOTITIE WATERSYSTEEM VELUWE van Arcadis noemen

  • Oostflank Veluwe
  • Zuidflank Veluwe
  • Sandrvlakte (Zuidwest Veluwe met de Renkumse en Heelsumse beek)
  • Stuwwal Ede
  • Centraal Veluwe
  • Stuwwal Ermelo – Putten
  • Hierdense beek
  • Stuwwal Wezep – Nunspeet

Oostflank Veluwe

Ligging

Het deelgebied Oost Veluwe loopt van de waterscheiding op de hoogste delen van de Veluwe via de Veluweflank tot aan de IJsselvallei. Het is een langgerekt deelgebied lopend van Hattem tot Dieren. Opvallend is de aanwezigheid van veel sprengen en beken.

Karakteristiek

Het gestuwde pakket in de ondergrond helt af naar het oosten toe, naar de IJssel. Het IJsseldal zelf is in de ondergrond opgevuld met een ondoorlatende kleilaag. Aan het eind van de voorlaatste ijstijd was het hoogteverschil tussen Veluwe en IJsseldal circa 100m groter dan nu, en was de zeespiegel evenredig lager dan nu. Kenmerkend voor dit deelgebied zijn de kleischotten in de ondergrond, die grofweg hellen van de Veluwe naar de IJssel toe. Deze kleischotten verdelen het grotere zandpakket in compartimenten. De kleischotten hebben een noord-zuid strekking en zijn soms maar centimeters dik en bestaan uit slecht doorlatend materiaal. Deze kleischotten geven een remmende werking op de west-oost stroming van grondwater. Ten noorden van Apeldoorn/Eerbeek is de stromingsrichting binnen de compartimenten noordelijk, ten zuiden ervan zuidelijk. Deze kleischotten zorgen ook voor de aanwezigheid van veel beken en sprengen aan de Oostelijke Veluwe flank. De beken en sprengen beginnen hoog op de helling, op ca. 20-35 m +NAP.
De compartimentering op de Oostflank maakt dat de stroming in het grondwater Noord-Zuid gericht is. Daar waar beekdalen de kleischotten doorsnijden stroomt water naar het Oosten het compartiment uit. Voor de noord-zuid gerichte grondwaterstroom betekent dit stroomafwaarts minder waterbeschikbaarheid.

Aandachtspunten voor gebruik

De aanwezigheid van de kleischotten maakt dat dit deelgebied zelf weer is onder te verdelen in vele compartimenten. Ingrepen in de waterhuishouding, zoals onttrekkingen, hebben dan een relatief groot effect in een relatief klein gebied (relatief ten opzichte van de andere deelgebieden). Studies in het verleden hebben laten zien dat winningen op de oostflank van de Veluwe als gevolg van het kleischottensysteem van de Oost-Veluwe snel leiden tot verdroging van natuur in hetzelfde systeem. Ingrepen in de ondergrond (graven, boren, onttrekken) in deze omgeving moeten met oog voor de lokale situatie en detail worden ontwikkeld en beoordeeld. Graafwerkzaamheden nabij kleischotten kunnen leiden tot verdroging in het bovenstroomse compartiment en tot meer water in het benedenstroomse compartiment. Ophoging is dus veelal de veiligste keuze waar mogelijk.


Zuidflank Veluwe

Ligging

Het deelgebied is een langgerekt, smal gebied van Dieren tot aan Doorwerth . Dit gebied is sterk verstedelijkt, en kent een groot aantal kleine, korte, noord-zuid lopende beekjes.

Karakteristiek

De ondoorlatende laag ligt hier relatief ondiep. Het watervoerende pakket van de Veluwe is hier daardoor het dunst van alle deelgebieden. Hoger in het profiel komen scheidende lagen voor, maar niet aaneengesloten. De ondergrond is hier sterk vervormd, vandaar de naam “Kreukelzone” ook wel gebruikt wordt voor dit gebied. Op korte afstand komen watervoerende en scheidende laagjes voor, die door de stuwing vervormd zijn. Er zijn veel bronnen ontstaan en sprengen aangelegd. Schijngrondwaterspiegels komen voor. Daarnaast kent dit gebied het grootste verval over korte afstanden.

Aandachtspunten voor gebruik

Dit deelgebied is het meest gemêleerd van alle deelgebieden. Er is sprake van een afwisseling van watervoerende en scheidende lagen, alle op korte afstand en sterk vervormd. De beeksystemen zijn onafhankelijk van elkaar. Ingrepen in de waterhuishouding zullen grote effecten hebben binnen kleine gebieden. Het is het meest kleinschalige systeem van alle deelgebieden. De grondwaterwinningen onttrekken water uit watervoerende pakketten op grotere diepte, en staan los van de werking van het bovenliggende watersysteem. Bij ingrepen zal dus nauwkeurig in kaart gebracht moeten worden waar de scheidingen zitten met het volgende systeem en effectbepaling voor het invloedsgebied bepalen is nodig.


Centraal Veluwe

Ligging

Dit deelgebied loopt vanaf de waterscheiding (ruwweg tussen Terlet en Vierhouten) naar het westen en bevat een groot deel van nationaal park de Hoge Veluwe en de heide- en stuifzandgebieden bij Kootwijk. Ter hoogte van de Harskamp ontspringen een aantal beken die de Gelderse Vallei inlopen.

Karakteristiek

Het middendeel van de Veluwe is een infiltratiegebied, de gestuwde lagen zijn hier minder vervormd dan in de oost en westflank en zijn geplooid. De gestuwde lagen worden dunner naar het westen en stoppen ter hoogte van Otterlo en de Harskamp. Water dat hier infiltreert gaat deels naar de ondiepe ondergrond of stroomt op diepte richting de Flevopolder of richting de Betuwe.

Aandachtspunten voor gebruik

De zone waarin grondwater dicht aan maaiveld komt is relatief breed doordat het maaiveld maar geleidelijk aan afloopt richting het westen. Binnen dit gebied moeten ingrepen dus bestand zijn tegen veel of weinig water, of is ophoging noodzakelijk. Voor actief klimaatbeheer (bufferen, afwateren) is dit een gebied wat mogelijkheden biedt.


Sandrvlakte

Ligging

Het deelgebied Zuidwest Veluwe ligt tussen Ede, spoorlijn / A12, Oosterbeek en de Rijn. Het is een gebied met twee beken, de Renkumse en Heelsumse beek.

Karakteristiek

Kenmerkend voor dit deelgebied zijn de grote oude uitspoeldalen met de Sandr vlakte met daarin de Renkumse en Heelsumse beek. Deze wateren het gebied tussen de Veluwse en de Wageningse stuwwal af via twee relatief? grote beekdalen. Het midden van dit deelgebied rond knooppunt Grijsoord tussen de A12 en de A50 naar het zuiden is niet gestuwd. Op 50m diepte komt de scheidende laag Formatie van Waalre voor. De dikte hiervan is gering en mogelijk onderbroken. De laag is niet aanwezig in het noordelijk deel, waardoor hier sprake is van een groot watervoerend pakket. Dit blijkt ook uit peilbuismetingen op diverse dieptes, die alle hetzelfde patroon vertonen. De ondergrond in dit deelgebied kan dan ook als 1 groot doorlatend pakket worden beschouwd. Veel water wordt via de diepe ondergrond naar de Betuwe afgevoerd. In 2010 is een systeemanalyse uitgevoerd naar de Renkumse beek. voor details wordt hiernaar verwezen.

Aandachtspunten voor gebruik

Belangrijk kenmerk van dit deelgebied is dat er sprake is van 1 groot samenhangend watervoerend pakket. Plaatselijk zijn er wel scheidende lagen aanwezig, maar onttrekkingen en ingrepen werken door in het gehele gebied. Daardoor is hun effect wel beperkt op lokale schaal.


Stuwwal Ede

Ligging

De stuwwal ligt van zuid naar noord tussen de Rijn en Lunteren, ten westen van Wageningen en Ede.

Karakteristiek

De stuwwal ligt op de kleilaag van Kedichem (formatie van Waalre). Ondanks de dikte van het watervoerende pakket is de doorlatendheid gering. Dit wordt veroorzaakt doordat de doorstroomde dikte beperkt wordt door de kleilaag in de ondergrond en de grondwaterstand relatief diep onder maaiveld staat.

Aandachtspunten voor gebruik

De relatief lage doorlatendheid in dit deelgebied betekent een groter risico op overstroming in de overgangszone. Effecten van droogte zullen minder snel door een ingreep versterkt worden omdat de grondwaterstand relatief diep zit.


Stuwwal Wezep – Nunspeet

Ligging

Dit deelgebied ligt tussen Wezep en Nunspeet en vormt de noordrand van de Veluwe. Het is de overgang van de Veluwe naar de voormalige zuiderzeekust. Door aanleg van de Flevopolders (5m onder het zeeniveau ) is er een grondwaterstroming naar deze polders ontstaan en wordt de grondwaterstand (op lange termijn) ook op de Veluwe lager.

Karakteristiek

De opbouw van de ondergrond kenmerkt zicht door de beperkte aanwezigheid van gestuwde lagen. Nabij Wezep/ Hattem zijn nog wat gestuwde lagen aanwezig. De ondergrond bestaat tot op grote diepte vooral uit zandige lagen waarin lokaal wel kleilagen (kleilenzen) voorkomen. In de hogere delen zijn geen beken, deze ontstaan pas lager op de helling richting de randmeren.

Aandachtspunten voor gebruik

Met name de invloed van randmeer en Flevopolders is van belang in de grondwaterfluctuatiezone. De actuele peilen en verwachtingen voor de toekomst moeten worden meegenomen bij het plannen van ingrepen. Daarnaast is het in geval van grotere verstoringen van belang te onderzoeken of er kleilenzen dicht bij de betreffende locatie zijn.


Hierdense beek

Ligging

Het deelgebied Hierdense Beek ligt ingebed in de noordrand van de Veluwe tussen de deelgebieden Ermelo-Putten en Wezep-Nunspeet. Het betreft het stroomgebied van de Hierdense Beek die ontspringt nabij Uddel en dus duidelijk afwijkt van de andere beken die aan de noordkant van de Veluwe naar de randmeren stromen.

Karakteristiek

Tijdens de smeltperiode van de Saale ijstijd is in het gebied tussen de stuwal bij Garderen en die bij Vaassen een smeltwaterterras ontstaan. Hier heeft zich een meer gevormd waar klei en leem is afgezet. In latere perioden is er op deze oude meerbodem weer zand afgezet. De bodem van het meer vormt nu een slecht doorlatende laag in de ondergrond. Boven deze kleilaag stagneert grondwater en vormt een schijngrondwaterspiegel die (veel) hoger is dan waar de kleilaag ontbreekt. Het grondwater dat de Hierdense beek voedt staat dus niet in verbinding met het ‘grote’ grondwatersysteem van de Veluwe.

Aandachtspunten voor gebruik

Doordat het grondwater boven de kleilaag staat, in een zandpakket van beperkte dikte, reageert het systeem snel op neerslag en verdamping (in tegenstelling tot het omliggende systeem van de Veluwe). Die snelle reactie in de fluctuatie zone geeft risico’s, maar biedt ook kansen om buffers te ontwikkelen.


Stuwwal Ermelo – Putten

Ligging

Dit deelgebied ten westen van de Hierdense beek vormt hier de noordwest rand van de Veluwe richting de randmeren en de noordelijke Gelderse vallei. Het gebied loopt ruwweg van Harderwijk tot Voorthuizen .

Karakteristiek

In de ondergrond zijn gestuwde lagen aanwezig die de stroming van grondwater beïnvloed. Deze slecht doorlatende lagen zijn bepalen voor de grondwaterstroming in zowel de horizontale als in verticale richting. Er is relatief weinig bekend over de opbouw van de stuwwal en de eventuele aanwezigheid van kleischotten.

Aandachtspunten voor gebruik

Doordat over dit gebied weinig bekend is zijn de onzekerheden rond lokale grondwaterstroming groot. Kans op lokaal grote effecten is substantieel, en elke vergraving vergt daarmee intensief vooronderzoek.